Tag Archief van: Vochtigheid

Blijf “in contact” met je wormen en je Wormenkrukje. Zelfs als je eraan gewend bent geraakt en het een geliefd, levend meubelstuk is geworden, kan het geen kwaad om af en toe eens de inhoud goed te bestuderen en misschien het organisch afval dat al gerecycleerd is te bekijken. Vaak kunnen op deze manier kleine en grote moeilijkheden gemakkelijk worden vermeden.

Wees ook niet bang om eens met je handen in het substraat te wroeten en plaatsen en voedsel te vinden die je wormen bijzonder lekker vinden. Als je wilt, draag je natuurlijk handschoenen, en anders was je je handen goed met zeep na afloop. Je kunt ook bijvoorbeeld een lepel als hulpmiddel gebruiken, maar pas op dat je geen wormen verwondt.

Nu alles stap voor stap:

Het is normaal dat het deksel een beetje donkerder wordt. De binnenkant van het deksel moet altijd weer goed kunnen opdrogen en mag niet permanent vochtig zijn.

 

Hoe zit het met de vochtigheid?

Om de huidige vochtigheid te bepalen, zijn er enkele indicatoren:

  • Het deksel mag niet “permanent vochtig” zijn. Indien dit het geval is, moet je de kist regelmatig gedurende de dag ventileren en laten drogen.
  • Het hout van de hele kist kan na verloop van tijd iets donkerder worden, maar mag niet donkerzwart worden (dit zou een teken zijn dat het “permanent vochtig” is, zoals hierboven werd besschreven).
  • Als de hennepmat vochtig is en er veel wormen in zitten, is dat een goed teken. Als de hennepmat volledig droog is, is het te droog in de wormenbak. In dat geval bevochtig je de bovenste laag organisch afval met een plantenspuit.
  • Het substraat/half verwerkte organische afval moet goed vochtig zijn, maar niet papperig! Meng er eventueel versnipperd karton door (het is beter om te stofzuigen en te beluchten dan versnipperd krantenpapier). Om de vochtigheid te controleren, kun je een vuistproef uitvoeren. Neem een handvol substraat in je hand, sorteer de wormen eruit en knijp het substraat stevig in je hand. Als de vloeistof gemakkelijk tussen de vingers doorsijpelt, is het ideaal. Er mag echter niets “uitvloeien”. Dan is het duidelijk te vochtig. Modderige wormenbakken beginnen te stinken, de omstandigheden voor de wormen zijn dan niet meer ideaal en het kan ook zijn dat het membraan steeds meer verstopt raakt. (zie hieronder bij het gedeelte over de wormenthee)

Hoe gaat het met de wormen?

De wormen moeten wanneer je het deksel opent ook zichtbaar zijn in de bovenste lagen. Ze trekken zich vanwege het licht onmiddellijk naar beneden terug. Het is normaal dat de wormen ook op het oogstkratje rondrennen en de hennepmat verkennen. Ze eten de laatste ook graag. Als ze echter hoopjes vormen of zich centimeters hoog opstapelen, is er iets mis.
Een gezonde worm is roze van kleur, het is normaal dat ze naar het uiteinde toe een beetje geelwit zijn. Als de wormen slap zijn of zeer onbeweeglijk, moet de situatie goed in het oog worden gehouden. De wormen mogen in geen geval een vernauwing vertonen. Dit kan duiden op een eiwit of koolhydraat vergiftiging.

Wordt er wormenthee geproduceerd?

De productie van de wormenthee varieert sterk en is afhankelijk van de locatie, het organische afval en de hoeveelheid karton/papier. Als de wormenbak in een warme omgeving staat, bijv. met vloerverwarming, is er minder of geen wormenthee. In de eerste 2-3 maanden is de afwezigheid van wormenthee volkomen normaal. Als je echter na een paar maanden normaal gebruik, met kleinere of grotere hoeveelheden wormenthee, merkt dat je wormenbak erg vochtig is, maar er nog steeds geen wormenthee wordt geproduceerd, is het membraan, het net op de bodem voor de afvoer naar de lade voor de wormenthee, waarschijnlijk verstopt. In dat geval is het een goed idee om de bak voorzichtig leeg te maken en het substraat en het organisch afval, inclusief de wormen, tijdelijk in een emmer met beluchting te doen. Maak het membraan vervolgens schoon met een zachte spons of een zeer zachte borstel en laat het een beetje drogen. Doe dan het substraat met de wormen terug in de kist. Als het erg vochtig is, is het raadzaam er voorzichtig een paar handen vol kartonsnippers door te mengen. Deze reiniging van het membraan wordt ook bij elke humusoogst aanbevolen.

Zo voer je de wormen correct:

De voeding: indien mogelijk klein snijden, zodat het snel in humus kan worden omgezet. Zo heterogeen mogelijk: een goed mengsel van fruit- en groenteresten, karton/papiersnippers, thee- en koffieprut.
Het mineraalmengsel: strooi elke drie weken 1 eetlepel over de toplaag van het organische afval. Indien nodig kun je het substraat vervolgens een beetje met een plantenspuit bevochtigen.

Wie leeft er in het wormenhuis?

De huisgenoten: de wormen krijgen ijverige hulp. Probeer ze te identificeren. Met de normale huisgenoten hoef je niets te doen. Probeer bij ongewenste gasten het advies snel uit te voeren en alles zou snel weer in evenwicht moeten zijn.

Fruitvliegjesvallen

Vliegen vermijden:

  • Fruitvliegjes voorkomen: zet, zodra de eerste fruitvliegjes in de vroege zomer opduiken, buiten en eventueel binnen in de kist een fruitvliegjesval. Wacht het niet af. Anders worden het er zeker meer in plaats van minder. Voer organisch afval onmiddellijk: Als het in een kommetje wordt verzameld en 1-2 dagen in de keuken wordt gehouden, is dat de perfekte uitnodiging voor de fruitvliegjes om zich vrolijk te vermenigvuldigen :-) HIER vind je waardevolle tips over hoe u fruitvliegjes kunt vermijden of verdrijven. Een belangrijke preventieve maatregel is het gebruik van een hennepmat, waardoor het organisch afval voor de vliegen zeer moeilijk toegankelijk is.
  • Rouwvliegjes voorkomen: handel reeds bij een kleine plaag. Verwijder de rouwvliegjes onmiddellijk of behandel de wormenbak tijdig met neemolie.
  • Andere vliegen voorkomen: Soms legt een huisvlieg haar eitjes in de wormenbak als je hem lucht. Je kunt dit voorkomen door een grote doek of vliegennet over de kist te hangen wanneer je hem laat luchten.

Kijk ook onder het groene kratje

Hoewel je de wormen in de wormenbak niet te veel moet storen, is een controle van de half afgewerkte humus onder het groene voerkrat zeker aan te bevelen. Controleer de kist onder het groene kratje ongeveer 2 maanden nadat het daar is geplaatst. Is het al redelijk goed afgebroken en is het al kruimelig? Dan is alles optimaal. Als het “modderig” is, meng er dan 1-3 handen vol (afhankelijk van de vochtigheid) kartonsnippers door. Doe daarna het groene kratje er weer in.

Is het al tijd om te oogsten?

Ten vroegste 5-6 maanden na het begin of na de laatste oogst kan je de wormenhumus uit je wormenbak halen. Voordien is de humus nog niet optimaal voor je planten en zit er nog veel voedsel voor de wormen in, wat ervoor zorgt dat er zich nog veel wormen in de humus bevinden.

 
 
En nu? Geniet nog lang van je Wormenkrukje. Als je vragen hebt die niet in dit artikel worden beantwoord, vind je nog meer antwoorden in onze FAQ’s.